Venlafaxine Retard AB 75,0mg Caps Verl. Afg. 56
Op voorschrift
Geneesmiddel

Venlafaxine Retard AB 75,0mg Caps Verl. Afg. 56

  € 18,74

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,41 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,64 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Overdosering Patiënten moet worden geadviseerd om geen alcohol te gebruiken, gelet op de effecten ervan op het CZS en de mogelijke klinische verergering van psychiatrische aandoeningen, en de mogelijke nadelige interacties met venlafaxine, waaronder onderdrukkende effecten op het CZS (rubriek 4.5). Overdosering met venlafaxine is voornamelijk gemeld in combinatie met alcohol en/of andere geneesmiddelen, waaronder gevallen met fatale afloop (rubriek 4.9). Venlafaxine dient in de laagste mogelijke hoeveelheid te worden voorgeschreven, in overeenstemming met goede patiëntzorg, om de kans op een overdosering te verkleinen (zie 4.9) Zelfmoord/zelfmoordgedachten of klinische verergering Depressie gaat samen met een hoger risico op zelfmoordgedachten, zichzelf schade berokkenen en zelfmoord (zelfmoordgedrag). Dat risico houdt aan tot er een significante remissie intreedt. Omdat het enkele weken of langer kan duren voor de behandeling begint te werken, moeten de patiënten van dichtbij worden gevolgd tot er een verbetering intreedt. Het is een algemene klinische ervaring dat het risico op zelfmoord kan stijgen tijdens de vroege fasen van herstel. Andere psychiatrische aandoeningen waarvoor venlafaxine wordt voorgeschreven, kunnen ook gepaard gaan met een hoger risico op zelfmoordgedrag. Bovendien kunnen die aandoeningen samen voorkomen met een depressie in engere zin. Daarom moeten dezelfde voorzorgen worden genomen bij de behandeling van patiënten met andere psychiatrische aandoeningen als bij patiënten met een depressie in engere zin. Patiënten met een geschiedenis van zelfmoordgedrag of patiënten met een significante mate van zelfmoordgedachten voor de start van de behandeling lopen een hoger risico op zelfmoordgedachten of zelfmoordpogingen en moeten tijdens de behandeling zorgvuldig worden gevolgd. In een meta�analyse van placebogecontroleerde klinische studies van antidepressiva bij volwassen patiënten met psychiatrische aandoeningen werd bij patiënten jonger dan 25 jaar een hoger risico op zelfmoordgedrag waargenomen met antidepressiva dan met de placebo. Een nauwgezette supervisie van patiënten en vooral van patiënten die een hoog risico lopen is vereist bij behandeling met de medicatie, vooral in het begin van de behandeling en bij verandering van de dosering. Patiënten (en de verzorgers van de patiënten) moeten weten dat ze moeten letten op een eventuele klinische verergering, zelfmoordgedrag of -gedachten en ongewone veranderingen van het gedrag en dat ze onmiddellijk medisch advies moeten vragen als dergelijke symptomen optreden. Pediatrische patiënten Venlafaxine mag niet worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar. Zelfmoordgedrag (zelfmoordpogingen en -gedachten) en vijandigheid (overwegend agressie, opstandig gedrag en woede) zijn vaker waargenomen in klinische studies bij kinderen en adolescenten die werden behandeld met antidepressiva, dan in de placebogroep. Als op klinische gronden toch wordt beslist om te behandelen, moet de patiënt zorgvuldig worden gevolgd op het optreden van zelfmoordsymptomen. Bovendien zijn er geen gegevens over de veiligheid op lange termijn bij kinderen en adolescenten wat betreft de groei, de rijping en de ontwikkeling van de cognitieve functies en het gedrag. Serotoninesyndroom Zoals met andere serotonerge middelen kan het serotoninesyndroom, een potentieel levensbedreigende aandoening, optreden tijdens behandeling met venlafaxine. Dit is met name het geval bij gelijktijdig gebruik van andere middelen die het serotonerge neurotransmittersysteem kunnen beïnvloeden (bijv. triptanen, SSRI's, SNRI's, amfetaminen, lithium, sibutramine, sint�janskruid [Hypericum perforatum], fentanyl en zijn analogen, tramadol, dextromethorfan, tapentadol, pethidine, methadon en pentazocine), van geneesmiddelen die het serotoninemetabolisme remmen zoals MAO-remmers (bijv. methyleenblauw), van serotonineprecursoren (zoals tryptofaansupplementen) of van antipsychotica of andere dopamine-antagonisten (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Symptomen van een serotoninesyndroom zijn veranderingen van de geestelijke toestand (bv. agitatie, hallucinaties, coma), autonome instabiliteit (bv. tachycardie, labiele bloeddruk, hyperthermie), neuromusculaire afwijkingen (bv. hyperreflexie, coördinatiestoornissen) en/of maag-darmsymptomen (bv. nausea, braken, diarree). Een serotoninesyndroom kan in zijn ernstigste vorm lijken op een maligne neurolepticasyndroom (MNS), met onder meer hyperthermie, spierrigiditeit, autonome instabiliteit met mogelijk snelle fluctuatie van de vitale tekenen en veranderingen van de mentale status. Indien concomiterende toediening van venlafaxine en andere middelen die invloed kunnen hebben op de serotonerge en/of dopaminerge neurotransmittersystemen klinisch wenselijk is, wordt een zorgvuldige observatie van de patiënt aanbevolen, vooral bij het starten van de behandeling en bij verhoging van de dosering. Concomiterend gebruik van venlafaxine met serotonineprecursoren (zoals tryptofaansupplementen) wordt niet aanbevolen. Geslotenhoekglaucoom Mydriase kan optreden bij een behandeling met venlafaxine. Het wordt aanbevolen patiënten met een verhoogde oogdruk of patiënten met een risico op geslotenhoekglaucoom van dichtbij te volgen. Bloeddruk Er is vaak een dosisgebonden stijging van de bloeddruk gerapporteerd met venlafaxine. Na het in de handel brengen zijn enkele gevallen gerapporteerd van een sterk verhoogde bloeddruk, die onmiddellijk moest worden behandeld. Alle patiënten moeten zorgvuldig worden gescreend op hoge bloeddruk en een vooraf bestaande hypertensie moet worden gecontroleerd voor de behandeling wordt gestart. De bloeddruk moet periodiek worden gecontroleerd na het starten van de behandeling en na een verhoging van de dosering. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een onderliggende aandoening die zou kunnen verergeren bij een stijging van de bloeddruk, bv. patiënten met een verminderde hartfunctie. Hartfrequentie De hartfrequentie kan stijgen, vooral met hogere doseringen. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een onderliggende aandoening die zou kunnen verergeren bij een stijging van de hartfrequentie. Hartziekte en risico op ritmestoornissen Venlafaxine is niet onderzocht bij patiënten met een recente geschiedenis van myocardinfarct of instabiele hartziekte. Daarom is voorzichtigheid geboden bij het gebruik van venlafaxine bij deze patiënten. Na het in de handel brengen zijn gevallen van QTc-verlenging, torsade de pointes (TdP), ventrikeltachycardie en fatale hartritmestoornissen gerapporteerd bij gebruik van venlafaxine, vooral bij een overdosering of bij patiënten met andere risicofactoren voor QTc-verlenging/TdP. De risico�batenverhouding moet worden geëvalueerd voor venlafaxine wordt voorgeschreven aan patiënten met een hoog risico op ernstige hartritmestoornissen of QTc-verlenging (zie rubriek 5.1). Convulsies Convulsies kunnen optreden bij behandeling met venlafaxine. Zoals met alle antidepressiva moet venlafaxine voorzichtig worden gestart bij patiënten met een voorgeschiedenis van convulsies en de betrokken patiënten moeten van dichtbij worden gevolgd. De behandeling moet worden stopgezet als een patiënt epilepsieaanvallen krijgt. Hyponatriëmie Hyponatriëmie en/of syndroom van ongepaste secretie van antidiuretisch hormoon (SIADH) kunnen optreden met venlafaxine. Dat is meestal gerapporteerd bij patiënten met een volumedepletie of uitgedroogde patiënten. Oudere patiënten, patiënten die diuretica innemen, en patiënten die om een andere reden in volumedepletie zijn, lopen een hoger risico op deze bijwerking. Abnormale bloeding Geneesmiddelen die de opname van serotonine remmen, kunnen de plaatjesfunctie verminderen. Bloedingsevenementen ten gevolge van SSRI- en SNRI-gebruik variëren van ecchymosen, hematomen, epistaxis en petechiën tot gastro-intestinale en levensbedreigende bloedingen. Het risico op bloedingen kan toenemen bij patiënten die venlafaxine innemen. Net als met andere serotonineheropnameremmers is voorzichtigheid geboden bij gebruik van venlafaxine bij patiënten die aanleg vertonen tot bloeding, met inbegrip van patiënten die anticoagulantia of plaatjesaggregatieremmers innemen. SSRI's/SNRI's kunnen het risico op postpartumbloeding verhogen (zie rubriek 4.6, 4.8). Serumcholesterol Een klinisch relevante stijging van de serumcholesterolconcentratie is gemeten bij 5,3% van de patiënten die gedurende minstens 3 maanden werden behandeld met venlafaxine, en bij 0,0% van de patiënten die met de placebo werden behandeld, in de placebogecontroleerde klinische studies. Meting van de serumcholesterolconcentratie moet worden overwogen tijdens een langetermijnbehandeling. Gelijktijdige toediening met vermageringsmiddelen De veiligheid en de doeltreffendheid van een behandeling met venlafaxine in combinatie met vermageringsproducten zoals fentermine zijn niet onderzocht. Gelijktijdige toediening van venlafaxine en vermageringsproducten wordt niet aanbevolen. Venlafaxine alleen of in combinatie met andere producten is niet geïndiceerd voor vermagering. Manie/hypomanie Manie/hypomanie kan optreden bij een klein percentage van de patiënten met stemmingsstoornissen die worden behandeld met antidepressiva waaronder venlafaxine. Net als met andere antidepressiva is voorzichtigheid geboden bij gebruik van venlafaxine bij patiënten met een geschiedenis of familiale antecedenten van bipolaire stoornis. Agressie Agressie kan optreden bij sommige patiënten die worden behandeld met antidepressiva, met inbegrip van venlafaxine. Dat is gerapporteerd bij het starten van de behandeling, verandering van de dosering en stopzetting van de behandeling. Net als met andere antidepressiva is voorzichtigheid geboden als venlafaxine wordt gebruikt bij patiënten met een geschiedenis van agressie. Seksuele disfunctie Selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI's)/ serotonine noradrenaline-heropnameremmers (SNRI's) kunnen symptomen van seksuele disfunctie veroorzaken (zie paragraaf 4.8). Er zijn meldingen geweest van langdurige seksuele disfunctie waar de symptomen bleven aanhouden ondanks het staken van de behandeling met SSRI's/SNRI. Stopzetting van de behandeling Het is bekend dat er onttrekkingsverschijnselen optreden met antidepressiva, en soms kunnen deze effecten langdurig en ernstig zijn. Zelfmoord/zelfmoordgedachten en agressie zijn waargenomen bij patiënten tijdens veranderingen in het doseringsschema van venlafaxine, waaronder tijdens het stoppen. Daarom dienen patiënten zorgvuldig te worden gecontroleerd wanneer de dosis wordt verlaagd of tijdens het stoppen (zie hierboven in rubriek 4.4 – Zelfmoord/zelfmoordgedachten of klinische verergering en Agressie). Er treden vaak onthoudingssymptomen op bij stopzetting van de behandeling, vooral als de behandeling ineens wordt stopgezet (zie rubriek 4.8). In klinische studies zijn bijwerkingen bij stopzetting van de behandeling (tijdens of na het verlagen van de dosering) opgetreden bij ongeveer 31% van de patiënten die werden behandeld met venlafaxine, en bij 17% van de patiënten die werden behandeld met een placebo. Het risico op onthoudingssymptomen kan afhangen van meerdere factoren, zoals de duur en de dosering van de behandeling en de snelheid waarmee de dosering wordt verlaagd. Duizeligheid, gevoelsstoornissen (waaronder paresthesie), slaapstoornissen (met inbegrip van insomnia en intense dromen), agitatie of angst, nausea en/of braken, tremor,hoofdpijn, gezichtsstoornis en hypertensie zijn de frequentste reacties. Doorgaans zijn deze symptomen licht tot matig, maar bij sommige patiënten kunnen ze ernstig zijn. Ze treden gewoonlijk op tijdens de eerste dagen na stopzetting van de behandeling, maar er zijn zeer zeldzame gevallen gerapporteerd van dergelijke symptomen bij patiënten die per ongeluk een dosis hadden overgeslagen. Over het algemeen verdwijnen die symptomen vanzelf, gewoonlijk binnen 2 weken, maar bij sommige mensen kunnen ze langer duren (2-3 maanden of langer). Daarom wordt aangeraden venlafaxine geleidelijk te verminderen over een periode van meerdere weken of maanden als de behandeling wordt stopgezet, naargelang van de behoeften van de patiënt (zie rubriek 4.2). Bij sommige patiënten kan het stoppen maanden of langer duren. Akathisie/psychomotorische rusteloosheid Het gebruik van venlafaxine is in verband gebracht met het optreden van akathisie, een subjectief onaangename of hinderlijke rusteloosheid en bewegingsdrang, waarbij de patiënt vaak niet kan blijven stilzitten of -staan. Deze bijwerking treedt vooral op tijdens de eerste weken van de behandeling. Bij patiënten die dergelijke symptomen ontwikkelen, kan een verhoging van de dosering schadelijk zijn. Droge mond Een droge mond wordt gerapporteerd bij 10% van de patiënten die worden behandeld met venlafaxine. Dat kan het risico op cariës verhogen en de patiënten moeten worden ingelicht over het belang van tandhygiëne. Diabetes Bij patiënten met diabetes kan een behandeling met een SSRI of venlafaxine de glykemiecontrole wijzigen. De dosering van insuline en/of orale antidiabetica moet misschien worden aangepast. Interacties van het geneesmiddel bij laboratoriumtests Er zijn fout-positieve immunoassay-screeningtests op urine voor fencyclidine (PCP) en amfetamine gemeld bij patiënten die venlafaxine innamen. Dit is te wijten aan de gebrekkige specificiteit van de screeningtests. Fout-positieve testresultaten kunnen nog enkele dagen na stopzetting van de behandeling met venlafaxine worden verwacht. Bevestigende tests zoals gaschromatografie/massaspectrometrie, kunnen venlafaxine van PCP en amfetamine onderscheiden. Natrium Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per capsule, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

Depressie

  • Behandeling van episodes van majeure depressie
  • Preventie van het opnieuw optreden van episodes van majeure depressie

Angststoornissen

  • Gegeneraliseerde angststoornissen
  • Sociale angststoornissen

Paniekstoornissen

  • Met of zonder agorafobie

Welke stoffen zitten er in Venlafaxine Retard AB?

De werkzame stof is venlafaxine.

Elke harde capsule met verlengde afgifte bevat venlafaxinehydrochloride, equivalent aan 37,5 mg, 75 mg of 150 mg venlafaxine (als het hydrochloride).

De andere stoffen zijn: hypromellose, ammoniummethacrylaatcopolymeer, natriumlaurylsulfaat, magnesiumstearaat, basisch gebutyleerd methacrylaatcopolymeer. Het omhulsel van de capsule bevat: titaandioxide E171, gelatine, rood ijzeroxide E172 (alleen voor de sterkte van 75 mg), erythrosine E127 en indigotine E132 (alleen voor de sterkte van 150 mg). Drukinkt: schellakglazuur, zwart ijzeroxide.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Venlafaxine Retard AB nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft, voor natuurmiddelen en kruidenpreparaten.

Het is aan uw arts om te beslissen of u Venlafaxine Retard AB mag innemen in combinatie met andere geneesmiddelen.

 Neem monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) niet in met venlafaxine. MAO-remmers worden gebruikt om depressie of de ziekte van Parkinson te behandelen. Vertel het aan uw arts als u deze geneesmiddelen gedurende de laatste 14 dagen heeft ingenomen. (MAO-remmers: zie de rubriek "Wanneer mag u Venlafaxine Retard AB niet innemen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?").

 Serotoninesyndroom:

Een potentieel levensbedreigende aandoening of Maligne Neuroleptisch Syndroom (NMS)-achtige reacties (zie de rubriek "Mogelijke bijwerkingen"), kan optreden bij behandeling met venlafaxine, vooral bij inname in combinatie met andere geneesmiddelen.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Als één van de volgende bijwerkingen optreedt, neem dan niet meer Venlafaxine Retard AB in. Waarschuw onmiddellijk uw arts of ga naar de spoedgevallendienst van het dichtstbijzijnde ziekenhuis bij:

Soms (kan tot 1 op 100 personen betreffen)

 Zwelling van het gezicht, de mond, de tong, de keel, handen of voeten en/of jeukende huiduitslag met bultjes (netelroos), moeilijkheden met slikken of ademhalen

Zelden (kan tot 1 op 1.000 personen betreffen)

 Beklemmend gevoel op de borst, piepende ademhaling, moeilijkheden met slikken of ademhalen

 Ernstige huiduitslag, jeuk of netelroos (bultjes van rode of bleke huid die vaak jeuken)

 Ernstige uitslag die kan leiden tot ernstige blaarvorming en vervellen van de huid

 Tekenen en symptomen van het serotoninesyndroom kunnen uit een combinatie van het volgende bestaan: rusteloosheid, hallucinaties, coördinatieverlies, snelle hartslag, verhoogde lichaamstemperatuur, snelle veranderingen in de bloeddruk, overactieve reflexen, diarree, coma, misselijkheid, braken.

In zijn meest ernstige vorm kan het serotoninesyndroom overeenkomen met het Maligne Neuroleptisch Syndroom (NMS). Tekenen en symptomen van NMS kunnen bestaan uit een combinatie van koorts, snelle hartslag, zweten, ernstige spierstijfheid, verwardheid, verhoogde spierenzymen (dit wordt bepaald door een bloedtest).

 Tekenen van infectie, zoals hoge temperatuur, rillingen, bibberen, hoofdpijn, zweten, griepachtige symptomen. Dit kan het gevolg zijn van een bloedaandoening die tot een verhoogd risico op infectie leidt.

 Onverklaarbare spierpijn, -gevoeligheid of -zwakte. Dit kan een teken zijn van rhabdomyolyse.

Andere bijwerkingen die u aan uw arts moet vertellen (de frequentie van deze bijwerkingen zijn niet bekend):

 zelfmoordgedachten of zelfmoordgedrag; zelfmoordgedachten of zelfmoordgedrag werden gerapporteerd tijdens behandeling met venlafaxine of kort na het stopzetten van de behandeling (zie ook rubriek 2 "Wanneer mag u Venlafaxine Retard AB niet innemen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?")

 agressie

 draaierig zijn

 zware vaginale bloedingen kort na de geboorte (postpartumbloeding), zie Zwangerschap en borstvoeding in rubriek 2 voor meer informatie.

Wanneer mag u Venlafaxine Retard AB niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor venlafaxine of voor een van de andere stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

  • U neemt ook monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) in of heeft die de laatste 14 dagen ingenomen. MAO-remmers zijn geneesmiddelen die worden gebruikt om depressie of de ziekte van Parkinson te behandelen. Inname van irreversibele MAO-remmers in combinatie met venlafaxine kan ernstige of zelfs levensbedreigende bijwerkingen veroorzaken. U moet ook minstens 7 dagen wachten na stopzetting van de inname van venlafaxine voordat u een MAO-remmer inneemt (zie ook de rubrieken "Serotoninesyndroom" en "Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?").

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er zijn geen adequate gegevens over het gebruik van venlafaxine bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. Venlafaxine mag aan zwangere vrouwen alleen worden toegediend als de verwachte voordelen opwegen tegen het mogelijke risico. Net als met andere serotonineheropnameremmers (SSRI's/SNRI's) kunnen onthoudingssymptomen optreden bij de pasgeborene, als venlafaxine wordt gebruikt tot kort voor of tot aan de geboorte. Sommige pasgeborenen die laat in het derde trimester waren blootgesteld aan venlafaxine, hebben complicaties ontwikkeld waarvoor sondevoeding, ademhalingsondersteuning of een langdurige ziekenhuisopname vereist waren. Dergelijke complicaties kunnen meteen na de bevalling optreden. De volgende symptomen kunnen worden gezien bij pasgeborenen als de moeder laat in de zwangerschap een SSRI/SNRI heeft gebruikt: prikkelbaarheid, tremor, hypotonie, persisterend huilen en zuig- of slaapmoeilijkheden. Deze symptomen kunnen te wijten zijn aan serotoninerge effecten of aan blootstellingsymptomen. Meestal worden die complicaties gezien onmiddellijk na of binnen 24 uur na de bevalling. Epidemiologische gegevens wijzen erop dat het gebruik van SSRI's tijdens de zwangerschap, vooral op het einde van de zwangerschap, het risico op persisterende pulmonale hypertensie bij de pasgeborene (PPHN) kan verhogen. Hoewel er geen studies zijn uitgevoerd naar het verband tussen PPHN en een behandeling met een SNRI, kan dat mogelijke risico niet worden uitgesloten bij inname van venlafaxine, gezien het verwante werkingsmechanisme (remming van de heropname van serotonine). Observationele gegevens wijzen op een verhoogd risico (minder dan factor 2) op postpartumbloeding na blootstelling aan SSRI/SNRI in de maand voorafgaand aan de geboorte (zie rubriek 4.4, 4.8). Borstvoeding Venlafaxine en zijn actieve metaboliet, O-demethylvenlafaxine, worden uitgescheiden in de moedermelk. In de postmarketingfase zijn gevallen van met borstmelk gevoede zuigelingen gemeld die huilen, prikkelbaarheid en abnormale slaappatronen vertoonden. Ook werden symptomen die overeenkwamen met stopzettingssymptomen van venlafaxine gemeld na stopzetting van de borstvoeding. Een risico voor het zogende kind kan niet worden uitgesloten. Daarom moet een beslissing worden genomen om de borstvoeding voort te zetten/stop te zetten of om de behandeling met venlafaxine voort te zetten/stop te zetten rekening houdende met de voordelen van borstvoeding voor het kind en de voordelen van behandeling met venlafaxine voor de moeder. Vruchtbaarheid In een studie waarin zowel mannetjes- als wijfjesratten werden blootgesteld aan O�desmethylvenlafaxine werd een vermindering van de vruchtbaarheid waargenomen. De relevantie van deze bevinding voor de mens is niet bekend (zie rubriek 5.3).

Volwassenen

  • Startdosis: 75 mg, 1x /dag
  • Indien nodig, stapsgewijze dosisverhogingen om de 2 weken (min. 4 dagen)
  • Max. dosis: 375 mg/dag
  • Startdosis: 75 mg, 1x /dag
  • Indien nodig, stapsgewijze dosisverhogingen om de 2 weken (min. 4 dagen)
  • Max. dosis: 225 mg/dag
  • Startdosis: 37,5 mg, 1x /dag, gedurende 7 dagen
  • Indien nodig, stapsgewijze dosisverhogingen om de 2 weken
  • Max. dosis: 225 mg/dag
  • Stapsgewijs afbouwen gedurende 1 tot 2 weken

Toedieningswijze

  • Capsules in hun geheel en samen met voedsel innemen
  • Ofwel 's morgens, ofwel 's avonds maar steeds op ongeveer hetzelfde moment elke dag
  • De capsulen mogen niet worden gedeeld, geplet, gekauwd of opgelost
CNK 2546208
Organisaties Aurobindo
Merken Aurobindo
Breedte 68 mm
Lengte 103 mm
Diepte 81 mm
Hoeveelheid verpakking 56
Actieve ingrediënten venlafaxine hydrochloride
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)